Serinus koliensis    

IBC-Link  IUCN-Redlist   Birdlife-Link

Van Someren's cini, Papyrus cini

Serinus koliensis (Dendrospiza koliensis)

Geografische verspreiding en biotoop

Wordt aangetroffen in het midden en zuidoosten van Oeganda, zuidoosten van Kenia, delen van Zaïre, noordoosten van Rwanda en Tanzania. Deze Serinus soort heeft een relatief beperkt verspreidingsgebied in landen rond de evenaar (Centraal Afrika) en als specifiek biotoop de met papyrusriet (Cyperus papyrus) begroeide moerassen. Dit riet kan enkele meters hoog worden en vormt dichte plantenmassa’s. De Papyrus cini leeft van zaden van papyrusriet, sorgo (grassoort), jonge mais en ‘snoept’ van zaden van kruidachtige planten en knoppen. Er is geen melding dat deze Serinus soort insecten eet. Hij leeft voornamelijk in moerassen en zoekt ook voedsel op de oevers van deze waterpartijen. Het nest schijnen deze cini’s te maken van bladeren en stroken van papyrusriet. Gemeld wordt dat het nest geen licht gekleurde binnenbekleding heeft. In de natuur worden de nesten in de verspreidingsgebieden aangetroffen in de periode van april tot augustus. Dit houdt waarschijnlijk verband met het voedselaanbod. Het is geen garantie dat Serinus koliensis ook in West-Europa in dezelfde periode in voortplantingsconditie komt. De pop drukt zich bij het broeden diep in het nest. Om te slapen zoeken de vogels moerassen op.

Grootte: 11 cm

Geslachtsonderscheid en ondersoorten

De pop is een meer gestreepte versie van de man, vooral op de kop, onder de snavel en boven op de borst. Het zwartgrijze masker dat de volwassen man toont is bij de pop veel minder sprekend. De wenkbrauwen zijn vaag. Er worden geen ondersoorten beschreven.

Bijzonderheden

De Van Someren’s of Papyrus cini wordt bedreigd door het verdwijnen van de met riet begroeide moerassen. Of de Papyrus cini ooit als geïmporteerde vogel herkend is, is twijfelachtig. Deze Serinus soort kan verward worden met de Afrikaanse citroencini (Serinus citrinelloides), de Zuidelijke citroencini (Serinus hypostictus), de Maskercini (Serinus capistratus) en ook de Boscini (Serinus scotops), zij het dat bij deze (Zuid-Afrikaanse) soort – zowel bij de pop als de man – een duidelijke gele oogstreep aanwezig is. Bij de eerste beschrijving van de Papyrus cini door Grant & Mackworth-Praed (1952) was de wetenschappelijke benaming Serinus capistratus koliensis. Koliensis houdt verband met aantreffen van deze Serinus soort bij de Koli rivier in Oeganda. Het voornaamste verschil met de Afrikaanse citroencini’s zit in de snavelvorm. De Van Someren’s Cini of Papyrus Cini heeft een zwaardere snavel van de fijnsnavelige citroencini’s van het Afrikaanse continent en  man en pop tonen meer bestreping op de kop.

(04-09-2011)