Serinus frontalis 

 IBC-Link   Zang   IUCN-Redlist   Birdlife-Link

Kivusijs, Diadeem cini

Serinus frontalis (Dendrospiza frontalis)

Geografische verspreiding en biotoop

Serinus frontalis wordt in de natuur aangetroffen in delen van Oeganda en Kenia, het westen van de Democratische Republiek Congo en het noordoosten van Tanzania. ‘Kivu’ is de naam van provincies in Democratische Republiek Congo. De vogels houden zich op in open gebieden, hoogland, begroeid met kruidachtige planten waar ze zich voeden met zaden die ze uit de aren en knoppen halen op de wijze zoals we kennen van putters en in mindere mate van sijzen. Buiten de voortplantingstijd leeft de Diadeem cini in kleine groepen. Mannen van de Diadeem cini met ontwikkelde geslachtsorganen werden gezien in november en december in het voormalige Zaïre, nu behorend tot de Democratische Republiek Congo. In Kivu werden mannen Serinus frontalis met gezwollen geslachtsorganen gezien in juni. De voortplantingstijd in de natuur is dus regioafhankelijk en gaat vermoedelijk samen met het regenseizoen en het daaraan gekoppelde voedselaanbod. Nesten in de natuur zijn gemaakt van dorre bladeren, bruine materialen aan de buitenzijde en binnenin wit afgewerkt.

Grootte: 11-12 cm

Geslachtsonderscheid en ondersoorten

Volwassen man en pop zijn qua geslacht duidelijk herkenbaar. De man heeft een zwart masker met boven de snavel een felgele U-vormige band die tot ver achter de ogen doorloopt. De pop heeft wel de gele voorhoofdsband die echter bleker van kleur is en zij mist een zwart masker. Geen ondersoorten: S. frontalis wordt gezien als een zelfstandig soort.

Bijzonderheden

De benaming Kivu ‘sijs’ kan erg misleidend zijn omdat echte sijzen niet voorkomen in Afrika. Sijzen zijn vogels stammend uit Noord-, Midden- en Zuid Amerika met als enige vertegenwoordiger in Europa de Europese sijs (Carduelis spinus) die voorkomt in heel Europa en tot ver in  Azië. Diadeem is een bekende naam voor een opvallend hoefijzervormig hoofdsieraad; Diadeem cini is vooral voor de mannelijk vogels van deze Serinus soort daarom toepasselijk. De Serinus Society volgt voor de indeling van de Serinus soorten de ‘Checklist’ van James F. Clements. In andere boeken kan de Diadeem cini omschreven worden als een ondersoort van de Afrikaanse citroencini of Abessijnse cini (Serinus citrinelloides) welke soort een, naar gelang de ondersoort, meer grijsachtig zwart masker heeft. Abessinië is de oude benaming voor Ethiopië. Meestal ontbreekt bij de Afrikaanse citroencini de uitgebreide gele koptekening die zo kenmerkend is voor Serinus frontalis. Ook de wetenschappelijke benaming duidt op de kenmerkende koptekening. Er zijn kweekresultaten behaald met de Diadeem cini. Voor het behoud van de soort zijn we afhankelijk van een goede stamopbouw.

(10-05-2011)