Serinus albogularis                          

IBC-Link   Zang   IUCN-Redlist   Birdlife-Link

Witkeelcini

Serinus albogularis (Crithagra albogularis)

Geografische verspreiding en biotoop

Een Serinus soort uit het zuidwestelijke deel en het midden van Zuid Afrika. De vogel is daar te vinden op rotsachtige hellingen met lage spaarzame begroeiing. Droge gebieden; de Witkeel cini zoekt wel water op. Een soort met een vrij forse snavel en een groengele stuit. Direct herkenbaar aan de witte bef en keel. Is niet te verwarren met andere Serinus soorten. De kleurintensiteit van de stuit, de keelvlek en de oogstreep verschilt per ondersoort en varieert naar gelang verspreidingsgebied.

Grootte: 15-17 cm.

Geslachtsonderscheid en ondersoorten

Man en pop lijken erg op elkaar. De mannen zouden een meer heldere en grotere keelvlek hebben. Er worden een vijftal ondersoorten beschreven met geringe kleurverschillen. De ene wat bruiner, de andere ondersoort wat grijzer.

Bijzonderheden

De (groen)gele stuit is in de natuur meestal beter waarneembaar dan de witte keel waarnaar de vogel is vernoemd. In de natuur in Zuid-Afrika worden de nesten gevonden van september tot mei. Dit kan echter per gebied verschillen. De nesten zitten in de natuur meestal in lage doornenstruiken. Weinig kweekresultaten in volièremilieu zijn bekend. Het zouden relatief makkelijk te kweken vogels zijn. Er zijn meldingen dat de jongen zowel met zaden als met insecten worden gevoerd. Ze eten raapzaad, hennep en kleine zonnebloempitten. Ze pikken aan knoppen en laten de bast van verse twijgen met hun zware snavel niet met rust.

(24-12-2012)

backgroundmainround_20101208_1409491551.jpg

Login

Online Gebruikers