Serinus thibetanus 

    IBC-Link    Zang   IUCN-Redlist   Birdlife-Link

Tibetaanse cini, Himalaya cini, Tibetaanse sijs

Serinus thibetanus (Chrysomitris thibetana)

Geografische verspreiding en biotoop

De Tibetaanse cini wordt aangetroffen in Bhutan, bepaalde provincies van China (inclusief Tibet), India, en Nepal. Overwintert in het noorden van Myanmar (Birma). De vogel kan buiten de voortplantingstijd in grote groepen worden waargenomen waarbij ze gezien worden in elzen- en berkenbomen. Ze leven van elzen-, berken- en coniferenzaad wordt vastgesteld op basis van beperkte waarnemingen. De vogels werden aan het eind van april paarsgewijs waargenomen en aangenomen wordt dat dat het begin van de voortplantingstijd is. De gedragingen, de wijze van voedsel zoeken en de lichaamsbouw, waaronder de snavel, schijnen veel overeenkomst te hebben met de Europese Sijs (Carduelis spinus).

Grootte: 11-12 cm.

Geslachtsonderscheid en ondersoorten

Volgens ter beschikking staande documentatie en foto’s is de man Tibetaanse cini op de kop en op de buik geelgroen van kleur, zonder zwarte pet. De pop, zo wordt beschreven, zou opvallend veel overeenkomst tonen met de pop van de Europese sijs. Er zijn geen ondersoorten; beschikbare foto’s tonen wel opvallende kleurverschillen die mogelijk ook voortvloeien uit het jaargetijde, streek van herkomst en het rust- of het prachtkleed van deze vogels.

Bijzonderheden

Serinus thibetanus is in het verleden in kleine aantallen in Europa ingevoerd als volièrevogel. Of deze vogelsoort nog gehouden en gekweekt wordt is onbekend. Deze vogel heeft geen verwantschap met de Himalaya sijs of Himalaya groenling (Carduelis spinoides, Chloris spinoides).

(28-02-2012)

backgroundmainround_20101208_1409491551.jpg

Login

Online Gebruikers