Serinus leucopygius 

IBC-Link   Zang   IUCN-Redlist   Birdlife-Link

Edelzanger

Serinus leucopygius (Ochrospiza leucopygia, Crithagra leucopygia)

Geografische verspreiding en biotoop

Witstuit edelzangers (Serinus leucopygius) worden in Midden Afrika aangetroffen over een lange strook van westelijk gelegen Senegal tot oostwaarts in Soedan. Een afstand west-oost van ca. 6000 kilometer. Dit verspreidingsgebied is zuidelijk van de Sahara, deels de overgang met de Sahel. Het biotoop wordt gevormd door savannes begroeid met bomen, gecultiveerde gebieden in de nabijheid van dorpen en steden, parken en tuinen. Een ander kenmerk van dit leefgebied is; droge, zanderige zones met zeer weinig regenval. De edelzangers zoeken hun voedsel op de grond en op wat hoger opgroeiende planten. Vooral millet of gierst, in verschillende soorten, schijnen daarbij voorkeur te hebben. Genesteld wordt aan het eind van het regenseizoen dat per leefgebied kan verschillen. De edelzanger wordt in de natuur gesignaleerd in paren of in kleine groepen. In de laatste situatie vaak samen met Afrikaanse astrilden en Mozambiquesijzen (Serinus mozambicus subspecies).

Grootte 11 cm.

Geslachtsonderscheid en ondersoorten

Er is aan het uiterlijk van de grijze of witstuit edelzangers niet te zien welke vogel van het mannelijke of van het vrouwelijke geslacht is. Jonge edelzangers zijn meestal lichter grijs/bruin van kleur op de vleugels en op de rug. De vleugels tonen bovendien lichtbruine slagpennen. De borst en buik van jonge edelzangers toont wat witter van kleur en soms is vage bestreping te zien. Het zien en horen zingen van een edelzanger is het overtuigende bewijs van het mannelijke geslacht; van een vogel die niet zingt kan men pas met zekerheid zeggen dat het een pop is als er eieren gelegd zijn, want het is niet ongewoon dat ook sommige poppen, in meer of mindere mate, zingen. De ondersoorten Serinus leucopygius pallens en Serinus leucopygius riggenbachi zouden zich onderscheiden van de nominaatvorm Serinus leucopygius leucopygius. De verschillen zijn echter minimaal. S. l. riggenbachi is aan de onderzijde wat witter en meer contrastrijk bestreept, terwijl de kop meer hamertekening heeft dan de nominaatvorm.

 

Bijzonderheden

De edelzanger is al jaren een geliefde kooi- en volièrevogel dank zij de melodieuze zang van het mannetje. Zingen doen alleen gehouden mannetjes praktisch het hele jaar door: soms met een pauze van een paar weken. De belangstelling voor de kweek van edelzangers is toegenomen. Niet altijd willen deze vogels zich voortplanten in het voorjaar en de zomer in West-Europa. In principe geldt dat wanneer men het mannetje ziet en hoort zingen en als men het baltsen waarneemt, dat het dan het moment is om te proberen edelzangers te kweken. Dat kan ook in de koude periode mits er voor gezorgd wordt dat er minimaal 12 lichturen per dag zijn en de vogels vorstvrij zitten. Naast het zingen is het hebben van een tap voor de mannetjes een bewijs van kweekrijpheid; kweekrijpe poppen hebben een onderbuik zonder dons de zogenoemde “broedplek”. Edelzangers bouwen een klein nest en de pop legt meestal 3 eieren. Het is niet gegarandeerd dat de drie jongen die daaruit geboren worden ook alle drie goed gevoerd worden. Het is te adviseren mannen en poppen te voorzien van kleur(knijp)ringen vanwege de herkenbaarheid. Voorzichtig zijn met het samenhouden van meerdere mannetjes of het samenhouden met verwante Serinus soorten. De ‘Chanteur d’Afrique’ (‘zanger van Afrika’) kan erg agressief zijn en met zijn scherpe en krachtige snavel andere vogels flink toetakelen.

(07-01-2012)

backgroundmainround_20101208_1409491551.jpg

Login

Online Gebruikers