serinus citrinipectus 20110214 1604969618

Birdinfo    IBC-Link   IUCN-Redlist    Birdlife-Link

Citroenborst edelzanger, Citroenborst cini

Serinus citrinipectus (Ochrospiza citrinipectus)

Geografische verspreiding en biotoop

Komt in de natuur voor in delen van het zuidoosten van Afrika in landen ver onder de evenaar. De soort wordt waargenomen in Mozambique, Zimbabwe, Malawi, het zuiden van Tanzania en het noorden van Zuid-Afrika. Soms in dezelfde gebieden waar ook de Mozambiquesijs (Serinus mozambicus) wordt aangetroffen. De Citroenborst edelzanger leidt een zwervend bestaan in droge gebieden. Leeft in graslanden met her en der lage begroeiing en aan de randen van bosachtige gebieden. Zoekt ook voedsel op de grond. Vastgesteld is dat de Citroenborst cini bij voorkeur een nest bouwt in bepaalde soorten (wijn)palmen (Lala palm) met deels de bruine vezels van deze palmen als nestmateriaal. De binnenzijde van het nest wordt met zachtere materialen afgewerkt.

Grootte; 12,5 cm.

Geslachtsonderscheid en ondersoorten

Man en pop zijn goed van elkaar te onderscheiden. Alleen het mannetje heeft een citroengele kin en borst. Het popje is over het hele lichaam crème bruin en de koptekening heeft minder contrast. Beide geslachten hebben een opvallende gele stuitbevedering. Zowel de man als de pop hebben baardstrepen en boven de snavel bevinden zich bij de man twee geelwitte puntjes. De man heeft een bijna witte ‘wangvlek’. De snavel is tweekleurig; de bovensnavel is bruinzwart. S. citrinipectus kan nauwelijks met andere soorten verward worden. Dat geldt voor de man en voor de pop. Er zijn geen ondersoorten bekend, wel kleine regionale verschillen voortvloeiend uit ver uit elkaar gelegen verspreidingsgebieden.

Bijzonderheden

Pas sinds circa 1960 als soort erkend. Aanvankelijk werden deze vogels aangezien als hybriden van S. atrogularis en S. mozambicus. De soort is verdraagzamer dan vele andere Serinus soorten. In de natuur worden de nesten - gebiedsafhankelijk - aangetroffen in de periode van november tot en met februari. De eerste importvogels kweekten in de wintermaanden. Het mannetje zingt in de voortplantingstijd veelvuldig. De balts is veel minder complex dan van bijvoorbeeld Alario vinken. Citroenborst edelzangers die enkele generaties in West-Europa zijn gekweekt hebben de neiging vroeg in het voorjaar of in het najaar te willen nestelen. De temperatuur (minimaal 10 graden C.) en de daglengte (ongeveer 14 uur) moeten daarop afgestemd zijn. Kweekrijpheid is vast te stellen aan de zang en de balts van de man. Ze voeren hun jongen de eerste week met eivoer, gekiemde zaden en wat dierlijk voedsel. Nestjongen van de Citroenborst edelzanger hebben gele snavelomranding.

(24-12-2011)