gototopgototop
 

serinus-society

European Society of Serinus Breeders

serinus pusillus    IBC-Link   Zang  IUCN-Redlist

 

Roodvoorhoofd kanarie

Serinus pusillus

Geografische verspreiding en biotoop

De Roodvoorhoofd cini (Serinus pusillus) heeft zijn leefgebied van het Midden-Oosten tot ver in Azië, vanaf Turkije tot Iran, Pakistan, Afghanistan, India, China, Tibet en Nepal. Het is een Serinus soort die kiest voor bergachtige streken. ’s Winters worden de valleien opgezocht, ’s zomers zoeken de Roodvoorhoofd kanaries het hogerop. Ze zijn goed tegen kou bestand. Opmerkelijk is dat er soms ook trekbewegingen zijn waarbij de vogels komen tot Libanon, Egypte, Irak, Syrië en Israël. Deze vogels zoeken voedsel op open, rotsachtige terreinen. Ze worden ook etend van boomzaden als berken en elzen gezien, evenals van meer laag aan de grond groeiende voedselplanten als distels, raket, vogelmuur en andere kruiden. Het biotoop is sterk variërend; gebergte begroeid met dennen tot hellingen met jeneverbessen. Over de plaats van het nest, de nestmaterialen en de periode van nestelen wisselen, om begrijpelijke redenen, de observaties per verspreidingsgebied. Tijdens het baltsen waarbij enthousiast het lied wordt voorgedragen, laten de mannetjes de vleugels hangen en worden de kopveren wat opgezet zodat het rode voorhoofd nog meer opvalt. De Roodvoorhoofd kanarie behoort tot de Europese vogelsoorten en valt onder de wettelijke regelingen voor Europese vogels. Ringmaat in NL 2,5 mm met breukzone.

Grootte 12 cm. 

Gslachtsonderscheid en ondersoorten

Er is verschil tussen zomerkleed en winterkleed. Ofschoon er geen melding is van ondersoorten bij Serinus pusillus blijkt uit de beschikbare foto’s dat er veel verschillen in kleur(diepte) en tekening zijn. Op het eerste oog is het uiterlijk geslachtsverschil moeilijk. Er zijn kleine aanwijzingen. Man en pop in voortplantingsconditie tonen een helder rood voorhoofd. In optimale verenpracht is het zwart op de kop en borst bij het mannetje dieper en daardoor in fel contrast met het rode voorhoofd. De diepte van de zwarte en de rode kleur zijn bij de pop net iets minder. Goed op kleur zijnde mannen hebben een oranjegele stuit. Er wordt gemeld dat mannetjes op het rugdek meer zwart tonen en dat ze een meer uitgesproken roodbruine schoudervlek hebben. Jonge vogels hebben geen rood voorhoofd en de kopkleur is bruinzwart. De intensiteit van de rode kopkleur kan bij vogels in volières verminderen. DNA onderzoek op enkele veren kan uitsluitsel geven over het geslacht van jonge, in de avicultuur geboren vogels die nog niet op volle kleur zijn. Verwisseling met andere Serinus soorten is uitgesloten. Nauw verwantschap met de Syrische cini (Serinus syriacus) ligt voor de hand.

Bijzonderheden

Serinus pusillus is een vogel die vanwege het rode voorhoofd tot de verbeelding spreekt. Niet altijd en overal is het houden en kweken van Roodvoorhoofd cini’s een succes. Er moet speciale aandacht worden geschonken aan hygiëne en voorkoming van ziektes. Tot op heden is er geen duidelijkheid waarom Roodvoorhoofd kanaries na enkele maanden goede conditie plotseling verzwakken. Extra toediening van vitamine K wordt door sommige kwekers gepropageerd. Soms blijkt het zeer lastig deze vogels in kweekkonditie te brengen; een enkele keer worden onverwacht goede resultaten geboekt. Misschien is het een goede overweging door een (vogel)dierenarts met regelmaat mestonderzoek te laten doen. In het zaadmengsel willen deze vogels raapzaad. Deze Serinus soort houdt er, naar verluidt, een aparte eigenschap op na. Het komt voor dat na het leggen van het eerste legsel, de man alleen, een tweede nest bouwt terwijl de pop het eerste nest uitbroedt. Zodra de jongen geboren zijn, legt de pop direct een legsel in dat tweede nest. En terwijl de pop vervolgens ook het tweede nest uitbroedt, neemt de man de zorg voor de jongen in het eerste nest op zich. Hierdoor wordt de kans vergroot op voldoende nakomelingen in hun natuurlijke habitat, waar maar een korte tijd van overvloedig aanbod van voedsel is waarmee de jongen gevoerd kunnen worden. De fout word wel eens gemaakt, dat de kweker dit gedrag verkeerd beoordeelt en de man uit de broedkooi of vlucht verwijdert. Aangeraden wordt dan ook om meerdere nestgelegenheden ter beschikking te stellen om aan dit gedrag tegemoet te komen en niet in te grijpen door de man te verwijderen.

05-01-2012