gototopgototop
 

serinus-society

European Society of Serinus Breeders

Serinus flavivertex IBC-Link  Zang  IUCN-Redlist

 

Geelkruin cini, Geelschedel cini, Geelkruin kanarie

Serinus flavivertex

Geografische verspreiding en biotoop

De geelkruin cini komt voor in verschillende - niet aaneengesloten - gebieden in het Oost- Afrika (Eritrea, Ethiopië, Kenia, Zaïre, Soedan, Tanzania). Er is ook een populatie in West-Afrika in Angola. Op basis van waarnemingen van deze vogels in de oorspronkelijke leefgebieden kan geconcludeerd worden dat er geen uniformiteit is in deze biotopen en dat Serinus flavivertex meestal in wat hoger gelegen gebieden wordt waargenomen. Over het voedsel in de natuur wordt gemeld dat deze Serinus soort in staat is ook tamelijk grof, zacht zaad te eten. De nesten worden in de natuur, afhankelijk van het leefgebied, in verschillende perioden van het jaar gevonden.

Grootte: 13 cm

Geslachtsonderscheid en ondersoorten

Serinus Society hanteert het handboek ‘Birds of the World’ door James F. Clements waarin Serinus flavivertex als een zelfstandige soort behorend tot genus Serinus wordt beschreven. Er zijn boeken waarin de Geelkruin cini als ondersoort van Serinus canicollis (Grijsnek cini of Kaapse kanarie) wordt omschreven. De Kaapse kanarie en de Geelkruin cini komen in totaal verschillende en ver uit elkaar gelegen gebieden voor. Geelkruin cini’s hebben niet het kenmerkende grijs op het achterhoofd/ in de nek zoals bij Kaapse kanaries. Een ander verschil is dat Geelkruin of Geelschedel cini’s zwarte slagpennen hebben met waarneembare vleugelbanden. Zie ook de foto’s van deze vogels in het foto album van de Serinus Society. Jonge Geelkruin cini’s zijn zwaar bestreept op de borst. Simpel aangeduid is de man Geelkruin cini intensiever geelgroen van kleur dan de volwassen pop. Het kleur- en tevens geslachtsverschil is vooral op het voorhoofd, de kruin, goed waarneembaar. S. flavivertex flavivertex leeft in Eritrea, Ethiopië, Soedan en het noorden van Tanzania en heeft een helder gele voorhoofdskleur. S. f. huillensis uit Angola heeft een gele kruin die tot ver in de nek doorloopt. S. f. sassii uit de bergen van het zuiden van Tanzania is groener op de mantel en het voorhoofd is geel met een oranje zweem.

Bijzonderheden

De Geelkruin cini is niet zo vaak ingevoerd en in vergelijking met de andere Afrikaanse cini’s ook nog niet zo lang bekend. De kweek lukt in kweekkooien van ruim een meter lengte. Naar alle waarschijnlijkheid zijn het echte ‘kanarieachtige’ vogels die hun jongen voornamelijk met vegetarisch voedsel groot brengen. Net als de Kaapse kanarie is de Geelkruin cini een vogel met een slank model. Uit de schaarse berichten over de kweek van deze vogels blijkt dat geen bijzondere eisen worden gesteld aan nestgelegenheid en nestmateriaal. Tralie (Harzer) nestkastjes, traliekorfjes en het gebruikelijk nestmateriaal met bruin en witte kleuren zijn geschikt.

(05-05-2011)

 
backgroundmainround_20101208_1409491551.jpg

Login

Online Gebruikers

None